Europese streektaal
Midden jaren 90 van de vorige eeuw is op verzoek van het provinciebestuur van Limburg via de Vereniging Veldeke Limburg de Werkgroep Erkenning Limburgs als Streektaal ingesteld. Deze werkgroep stond onder leiding van Joep Leerssen en had tot taak een wetenschappelijk gemotiveerd advies uit te brengen over de vraag of het Limburgs niet eveneens voldeed aan de criteria om in aanmerking te komen voor erkenning als streektaal volgens het Europees Handvest voor Streek- en Minderheidstalen.
De gehanteerde criteria
De criteria die eerder werden gehanteerd voor de erkenning van het Fries en het Nedersaksisch waren de volgende:
- Criterium van Specificiteit: de streektaal mag geen dialect van het Nederlands zijn;
- Criterium van Presentie: de streektaal dient niet alleen door een groot deel van de bevolking dagelijks gebruikt te worden, maar eveneens een zekere mate van codificatie te kennen, blijkend uit woordenboeken, grammaticale beschrijvingen en orthografische conventies.
De Werkgroep Erkenning Limburgs als Streektaal adviseerde om de erkenning van het Limburgs als streektaal na te streven langs de daarvoor geëigende bestuurlijke weg. Dit advies werd unaniem door Provinciale Staten overgenomen. Sinds 1997 is het Limburgs door de Nederlandse overheid erkend als streektaal onder de termen van artikel 2, paragraaf 1 van het Handvest.
Een ongelukkige keuze
Volgens de Nederlandse Taalunie is de erkenning van het Limburgs en het Nedersaksisch als minderheidstalen, naast het Fries, een ongelukkige keuze geweest. Deze uitspraak berust echter op geen enkel taalkundig argument. Uit de houding van de Nederlandse Taalunie ten aanzien van de nieuw erkende streektalen komt vooral naar voren dat de Taalunie de eenheid van het Nederlandse taalgebied poogt te bewaren. Op 1 december 2003 meldde het Dagblad de Limburger dat het volgens Hans Bennis, directeur van het Meertens Instituut in Amsterdam, niet goed is dat in Nederland twee dialecten (het Nedersaksisch en het Limburgs) zijn erkend als officiële streektaal. Volgens hem moet de overheid voorkomen dat ook andere streektalen zo’n door Brussel erkende status krijgen. Een nogal pittige uitspraak voor een gerenommeerde taalkundige die in de regel met zorgvuldig uitgekozen gegevens formalistische taaltheorieën weet te onderbouwen.